Lichterveldse tijd

Prehistorie

Archeologische vondsten en luchtfoto's uit 1980 wijzen op bewoning en grafheuvels in de bronstijd (1800-1700 voor Christus) en in het noordelijke heidegebied (Het Vrijgeweed) waar in de Romeinse tijd activiteit was, gezien de muntschat die er in de negentiende eeuw gevonden werd.

Middeleeuwen

Volgens kronieken liet Karel de Kale rond 846 een burcht bouwen bij de (tol)brug die de oversteek van de Zwanebeek mogelijk maakte. Nu is dit in de Neerstraat, de benaming "De Burg" verwijst hier naar.

Van de familie de Lichtervelde is Sigher het oudst bekende lid. Hij sneuvelde
met zijn zoon Walter in 1205 na de Vierde Kruistocht. In die eeuw jaagde de demografische expansie voedsel- en grondprijzen de hoogte in. Hongersnood en armoede en de expansiedrang van de Duitse graven en hertogen, verklaren de Vlaamse en Lichterveldse landverhuizing naar Duitsland. Het gebied tussen Wittenberg, Belzig en Jüterborg wordt ook 'Der Flaming' genoemd. De landverhuizers prefereerden streken die hen qua bodem en uitzicht bekend voorkwamen.[2] Bossen, moerassen en zandruggen van het braakland rond Berlijn leken op het Houtland en in 1375 dook de naam Lichterfelde bij Berlijn voor het eerst in een oorkonde op. In de negentiende eeuw werd Lichterfelde een residentiële voorstad van Berlijn.

In het middeleeuwse Lichtervelde bestuurden de heren van Lichtervelde de baanderheerlijkheid onder gezag van de burggraaf van het Brugse Vrije vanuit hun omwald kasteel uit de 12de eeuw, in de hoek van de Zwevezele- en Kasteelstraat. Aan het hoofd van de heerlijkheid stond de heer die een baljuw, burgemeester en zes schepenen aanstelde. Hij oefende via de vierschaar (schepenbank) zijn rechtspraak uit. Hij beschikte over een galg op de gemeentegrens, tegenwoordig de Galgenstraat. De beroemdste heer, Jacob van Lichtervelde (?-1431), nam als raadsheer van (Filips de Stoute, Jan Zonder Vrees en Filips de Goede twee decennia een prominente politieke plaats bij de Bourgondiërs in. Begin jaren negentig van de veertiende eeuw wordt hij aangesteld tot hoofdbaljuw en kastelein in Kortrijk. In 1392 wordt hij raadsheer en kamerheer van de hertog en een jaar later wordt hij schepen van het Brugse Vrije. In 1395 is hij opperwachtmeester van Vlaanderen en kastelein in Antwerpen. In 1396 is hij opperbaljuw van Vlaanderen. Hij reist in 1404 naar Engeland, als gezant bij het hof. Tot 1409 is hij gouverneur van Brabant en hij krijgt de titel van hertog. Het jaar daarop trekt hij zich terug op zijn landgoed in Koolskamp en gaat zijn aandacht enkel nog naar het Brugse Vrije. In 1411 wordt hij in de adelstand verheven. In 1431 wordt hij in zijn parochiekerk in Koolskamp begraven, waar zijn marmeren graftombe nog te zien is. Zijn grafkelder draagt het opschrift: Die van Lichtervelde, Heeren van Coolscamp en op de tombe staat Ridder die staerf in't jaer 1431, den letsten dagh van Maerte.

Off

Nieuwe Tijden

In de late vijftiende eeuw stootte het centralistische beleid van de Habsburgse vorst het particularisme van de heren en diverse andere steden en gemeenten tegen de borst. Het conflict kende zijn hoogtepunt tussen 1483 en 1485, als de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk het kasteel bestormden. In 1491, verwoestte Graaf Inghelbert van Nassau het.

In 1584 gebeurde dit opnieuw door 24 Malcontenten met de tweede beeldenstorm, die de kerk aanpakten. Omdat de heren vanaf 1600 in Brugge en Gent verbleven, restaureerden zij hun kasteel niet. Sanderus beeldde het wel af in zijn "Flandria Illustrata" van 1641 waarbij hij noteerde: "Het oud en vermaard dorp Lichtervelde, pronkte voormaels met een uitmuntend paleis en kasteel der Heren 't welke de woede des oorlogs, gelijk vele andere in Vlaanderen omvergeworpen heeft." In die tijd kreeg Lichtervelde te maken met de contrareformatie, in 1695 passeerden de plunderende troepen van Lodewijk XIV en in de Oostenrijkse periode zagen de Therisiaanse wegen, gekend als steenwegen, het levenslicht.

Off

19e Eeuw

Tijdens de Franse Revolutie werden diverse kerkelijke eigendommen onteigend. Lichtervelde kreeg het zwaar te verduren in de ellendige jaren tussen 1840 en 1850. De combinatie van de vlascrisis en de mislukking van de aardappeloogst zorgde voor hongersnood en hongerdood, met een hoogtepunt in 1847-1848. De extra inkomsten van de aanleg van de spoorlijn Kortrijk-Brugge, de drogenbroodroute, konden dit nauwelijks verhelpen.

Off
Links

Lichtervelde in Wereldoorlog Een

 

Wanneer het Duitse leger Lichtervelde op 15 oktober 1914 binnentrok, werd het dorp voor het Duitse militaire apparaat strategisch belangrijk. Op nauwelijks 20 kilometer van het front in Diksmuide en Ieper, was het dorp met een spoorwegknooppunt een ideale plaats om uit te rusten, gewonden te verzorgen, om te trainen en te ontspannen. De Duitse aanwezigheid had twee gezichten. Enerzijds waren er de permanente troepen, zoals de statiewacht, de mannen van de militaire bakkerij, van het munitiedepot enzovoort. Deze troepen bleven langere tijd en zorgden voor de logistieke organisatie van de oorlog. Anderzijds zakten er ook strijdende eenheden af naar Lichtervelde wanneer zij aan het front afgelost werden. Soms werd een heel regiment, soms een bataljon te slapen gelegd. Vier jaar lang was het inkwartieren een puzzelwerkje voor de Ortskommandant, vooral vanaf de zomer van 1917 bij de aanvang van de Derde Slag om Ieper, bekend als de slag om Passendale.

De Duitse troepen verlieten Lichtervelde op 16 oktober 1918 en lieten het in puin achter. De bevolking was teruggelopen van 6.811 inwoner in 1913 tot 6.487 in 1918 en op het Duitse Kerkhof in de Torhoutstraat lagen meer dan 636 dode Duitse soldaten, 2 Fransen, 15 Britten en 2 Russen. De herstellingswerken aan de kerkruïne werden geschat op 103.000 frank, er waren 58 volledig verwoeste woningen en 45 gedeeltelijk beschadigde panden: de huizen voor de kerk en de meeste openbare gebouwen zoals de pastorij, het gemeentehuis, het station, de gemeenteschool, het godshuis en wezengesticht… om van het menselijk leed nog maar te zwijgen.


Zie ook: http://heemkringlichtervelde.wikidot.com/project-2014-2018

Jaren 1945 tot heden

Na een herstelperiode tijdens het interbellum sloeg de Tweede Wereldoorlog bijzonder diepe wonden: 13 Lichterveldenaren, onder wie de burgemeester Eugène Callewaert, werden onthoofd in Wolfenbüttel. Dit feit en de doorgevoerde repressie na de oorlog, markeerden op grimmige wijze de naoorlogse politiek tot eind jaren zeventig, mede een reden waarom geen enkele randgemeente stond te springen om te fusioneren. Lichtervelde bleef bij de gemeentelijke fusies van 1 januari 1977 zelfstandig, wat uniek was.

Burgemeester Gabriël Kindt slaagde er in de jaren tachtig in om de zogenaamde "vuile naoorlogse politiek" een halt toe te roepen. Op initiatief van burgemeester Ria Pattyn jumêleerde Lichtervelde met Recques-sur-Hem en Communauté de Communes de la Région d'Audruicq (CCRA), een Noord-Franse regio van 15 gemeenten. Eind 2004 werden de eerste contacten gelegd via de jaarlijkse Cichoreifeesten in Vieille Eglise, Nouvelle Eglise, Saint Omer Capelle en Saint Folquin. De gewezen seizoenarbeiders Albert Supeene en Noël Vervaele zijn samen met Ria Pattyn lid van het genootschap de "Confrérie de la Cossette de Chicorée". Op zondag 7 september 2008 vond de officiële jumelage plaats met een ondertekening van een charter.

Tot op heden blijven het verenigingsleven, de Margaretafoor, de wijkfeesten en de septemberkermis, de 'koers', de tweejaarlijkse folklorefeesten en de Sint-Maartenstoet het sociale dorpsleven typeren .

Off
Hoofdmenu transparant
Off

Wij gebruiken cookies op deze website om u een optimale gebruikerservaring te bieden.

We gebruiken ook analytische en advertentie diensten. Klik op"Meer info" indien je dit niet wenst.