In 1797, onder het Frans bestuur, werd de verplichte militaire dienst in Vlaanderen ingevoerd. Het jaarlijkse contingent moest ingevuld worden door jonge mannen van 20 jaar die door het lot aangeduid waren. Wie een laag nummer trok, moest legerdienst doen, wie een hoog nummer trok, had 'er zich uitgeloot' en was vrij. In 1815, na de Franse overheersing, nam het Nederlands bestuur het systeem over.

Ook na de Belgische onafhankelijkheid bleef de loting in voege. Lichtervelde vormde toen, samen met Gits, het 34ste Militiekanton van West-Vlaanderen. Ieder jaar in het vroege voorjaar werd de loting georganiseerd. Uit deze trommel trokken de jonge mannen van Lichtervelde en Gits het nummer dat bepaalde waar zij de volgende jaren zouden doorbrengen, in de kazerne, of in de vertrouwde omgeving van het eigen dorp. Wie door het lot voor legerdienst aangeduid was en het zich kon veroorloven, kon evenwel een plaatsvervanger inhuren. Het gevolg was dat het Belgisch Leger toen bestond uit de onderste lagen van de bevolking: armoezaaiers die zich geen vervanger konden veroorloven en dompelaars die weliswaar een hoog nummer getrokken hadden, maar zichzelf voor een geringe geldsom verhuurden. In 1909 werden de loting en de vervanging afgeschaft en kwam de algemene dienstplicht van één soldaat per huisgezin in voege.

De laatste loting vond in Lichtervelde plaats op 3 februari 1909. Het trommeltje geraakte daarna in onbruik, bleef lange tijd in privé-bezit bewaard en werd uiteindelijk aan de gemeente terugbezorgd. Het is tentoongesteld op de 1ste verdieping van het gemeentehuis, naast het bureel van de burgemeester.

Afbeelding
Lotingstrommel met kokers
Laatst bijgewerkt op