Welkom
Welkom bij de Heemkundige Kring Karel Van de Poele. We werken rond plaatselijke geschiedenis, volkscultuur en dorpsverhalen.

Welkom bij de Heemkundige Kring Karel Van de Poele. We werken rond plaatselijke geschiedenis, volkscultuur en dorpsverhalen.

Op Pinkstermaandag 25 mei 2026 kunt u tal van mooie oldtimers bewonderen op de markt van Lichtervelde.
Deze oldtimers met een bouwjaar t.e.m. 1965 verzamelen op de markt vanaf 09u30 tot 10u30.
De Heemkundige Kring neemt opnieuw deel aan Erfgoeddag door het opzetten van een tentoonstelling.
Het thema dit jaar is 'Humor' en daarom werd geopteerd voor een tentoonstelling over het toneelleven in Lichtervelde. Toevallig bestaat de Kon. Toneelkring Willen is Kunnen dit jaar 150 jaar en is het 50 jaar geleden dat de kring heropgestart werd.
We proberen een zo volledig mogelijk overzicht te geven van De Vreedsaeme Reyzers in de vijftiende eeuw tot heden: Nut en Vermaak, Nieuw, Jeugdtoneel, Katholiek Vlaams Verbond, Landelijke Gilde, KWB, .... Ook de cabaretgezelschappen Vogelsanc en De Trolleys komen kort aan bod.
Kom zeker eens langs op zondag 26 april in Het Huis Vancoillie tussen 10 en 18 uur. De tentoonstelling blijft staan tot 10 mei waarop ze kan bezocht worden tussen 10 en 12 uur. Tussenin kan een afspraak gemaakt worden om de tentoonstelling te bezoeken via heemkringlichtervelde@skynet.be
Eind 1914 is België (bijna volledig) door de Duitsers bezet. De regering is gevlucht naar Le Havre (FR) en de Nationale Bank heeft zijn metaalvoorraad, drukclichés en bankbiljetten in Londen in veiligheid gebracht. Inmiddels heeft de bevolking het vertrouwen in spaarrekeningen en papiergeld verloren. Zilveren en gouden muntstukken worden, omwille van de metaalwaarde, zo massaal opgevraagd (en meteen opgepot) dat de deposito's bij de banken geblokkeerd worden. België zit dus nagenoeg zonder geld. Zowat 630 gemeenten in België nemen dan hun toevlucht tot het laatste redmiddel: zelf geld drukken. Zo ook Lichtervelde. Op 7 december 1914 laat het gemeentebestuur papiergeld drukken in coupures van 50 centiemen, één Frank en vijf Frank. Omdat alleen de Nationale Bank het recht heeft om papiergeld in omloop te brengen, worden de gemeentelijke briefjes 'kasbons' genoemd. Bijna gelijktijdig brengen de Duitsers hun eigen Reichsmarken tegen een vaste koers van 1 Mark = 1,25 Fr. in omloop. Kasbons zowel als Reichsmarken zullen de hele oorlog lang als wettelijk betaalmiddel in omloop zijn.
In 1915 boekt het Duitse leger successen in Rusland. Het leger van de tsaar verliest zowat 2 miljoen soldaten, zowat de helft gesneuveld en de andere helft krijgsgevangen gemaakt. Er komen nu Duitse troepen vrij die ingezet worden aan het westelijk front. In het kielzog van die Duitse divisies komen ook Russische krijgsgevangenen mee. Zo belandt in 1916 een groep van 34 Russische krijgsgevangenen in Lichtervelde. Zij worden eerst ondergebracht in de oude weefschool (nu Residentie 't Gildhof in de Groenstraat) en naderhand in barakken nabij de Pompoenhoek. Ze werden gebruikt als goedkope werkkracht in het Duitse materiaaldepot ten westen van het spoorwegstation en werden niet bijzonder goed behandeld. Hun identiteit of oorsprong is nooit achterhaald. Alleen van twee onder hen die het ongeluk hadden in Lichtervelde om het leven te komen, zijn enkele schaarse gegevens bekend. Stephan Pashniew was 32 jaar oud en afkomstig uit Noord-Polen. Feodor Nowikow was 37 jaar oud en kwam uit de streek van Tobolsk (West Siberië). Samen waren ze vanuit het Krijgsgevangenkamp Skalmierschütz aan de Duits-Poolse grens naar Lichtervelde gedetacheerd. Zij stierven in Lichtervelde op 6 en 8 december 1917, van ontbering. Beiden rusten nu onder één gedenksteen op de Duitse Militaire Begraafplaats in Hooglede.
In september 1915 is het Duitse Reserve Infanterieregiment 206 op rust in Lichtervelde. De mannen hebben geen frontdienst maar wel dagelijks appel, oefeningen, instructie en marsen. Maandag 5 september is een mooie nazomerdag. In de namiddag heeft de 5de Kompanie net een oefening beëindigd. Na het appel staan ze op het punt de rangen te verbreken. Plots cirkelt een geallieerd vliegtuigje boven Lichtervelde. Het toestel dropt eerst een paar bommen op het station, een uitverkoren doelwit voor de geallieerden. Daarna worden bommen gedropt op de soldaten die via de Beverenstraat naar hun kantonnementen trekken. Een eerste bom richt geen grote schade aan, maar nieuwsgierigheid lokt de bewoners van de Beverenstraat uit hun huizen. Dan valt de tweede bom. Op de straatkasseien, hetgeen het effect van de inslag nog versterkt. De granaatscherven maken 13 slachtoffers onder de burgerbevolking: 7 doden en 6 zwaar gekwetsten. Bij de Duitsers zijn er minstens 16 militairen, waaronder de regimentsdokter, het slachtoffer van de aanval. Benevens doden en gewonden is er ook aanzienlijke materiële schade. Zes huizen waaronder de herberg De Nieuwe Keizer (nu Slagerij Vanderper), de apotheek Vandeputte en café Den Hert (nu het Gildhofplein) en de accordeonfabriek van Felix Callewaert zijn zwaar beschadigd.
Twee dagen later worden de slachtoffers onder grote belangstelling begraven. Een indrukwekkende lijkstoet gaat van de Beverenstraat naar de kerk en daarna naar het kerkhof. Duitse officieren sluiten de stoet af. Op het kerkhof speelt een Duitse muziekkapel waarna pastoor Desmet de laatste gebeden leest.
Het juiste aantal gedode en gewonde Duitse soldaten is nooit bekend geraakt, maar moet aanzienlijk geweest zijn. Korte tijd nadien laten de Duitsers laten prentbriefkaarten uitgeven met beelden van de schade én een opdruk waarin de Engelsen de schuld krijgen voor het aanvallen van een niet-militair doelwit.
Nadat Lichtervelde in 1847 met de lijn Brugge-Kortrijk op het Belgische spoorwegnet aangesloten was, werd op 9 mei 1858 de spoorlijn Lichtervelde-Veurne geopend en met de nodige festiviteiten ingehuldigd. Voor deze nieuwe verbinding was reeds in 1856 een vennootschap opgericht onder de naam “Chemin de Fer de Lichtervelde à Furnes”. De maatschappij verkreeg nog datzelfde jaar van de Belgische Staat de concessie voor het bouwen en uitbaten van de spoorlijn. In januari 1857 werden vanuit Lichtervelde de werken aangevat. Amper 15 maanden later kon men reeds een proef- en inspectierit maken over de volledige lengte van het traject (34 km). Op 9 mei 1858 volgde dan de officiële opening van de lijn met een speciaal “eereconvooi” dat om 11u25 uit Brugge vertrok en om 12u10 in Lichtervelde aankwam, waar een aantal toespraken werden gehouden. Meteen werd ook het nieuwe station van Lichtervelde ingehuldigd. Het gebouw (op het huidige emplacement) werd opgetrokken ter vervanging van het eerste stationnetje dat zich iets verder zuidwaarts, dicht tegen de toenmalige overweg, bevond. Voor de gelegenheid werd ook deze roodkoperen herdenkingspenning (ø 50mm – gewicht 50g) geslagen en aan de personaliteiten uitgereikt.
Vervoer van personen en goederen tussen Lichtervelde, Kortemark, Diksmuide, Veurne en Adinkerke behoorde nu tot de mogelijkheden. Voor de uitbating van de lijn had de maatschappij 12 reizigerswagens, 3 pakwagens, 24 goederenwagens en 3 locomotieven, waarvan één de naam “Lichtervelde” droeg, in dienst. Het wagenpark had een totale capaciteit van 428 reizigers en 130 ton goederen. Enkele jaren later werd vanuit Frankrijk een lijn aangelegd van Duinkerke naar de Belgische grens en werd bij ons een maatschappij opgericht om de spoorverbinding Gent-Duinkerke te realiseren. In 1870 werd het zodoende mogelijk om vanuit Lichtervelde naar Duinkerke te sporen en vanaf 1880 ook -in de andere richting- van Lichtervelde naar Gent. Lichtervelde was vanaf dat moment een volwaardig kruisstation geworden.
In 1797, onder het Frans bestuur, werd de verplichte militaire dienst in Vlaanderen ingevoerd. Het jaarlijkse contingent moest ingevuld worden door jonge mannen van 20 jaar die door het lot aangeduid waren. Wie een laag nummer trok, moest legerdienst doen, wie een hoog nummer trok, had 'er zich uitgeloot' en was vrij. In 1815, na de Franse overheersing, nam het Nederlands bestuur het systeem over.
Ook na de Belgische onafhankelijkheid bleef de loting in voege. Lichtervelde vormde toen, samen met Gits, het 34ste Militiekanton van West-Vlaanderen. Ieder jaar in het vroege voorjaar werd de loting georganiseerd. Uit deze trommel trokken de jonge mannen van Lichtervelde en Gits het nummer dat bepaalde waar zij de volgende jaren zouden doorbrengen, in de kazerne, of in de vertrouwde omgeving van het eigen dorp. Wie door het lot voor legerdienst aangeduid was en het zich kon veroorloven, kon evenwel een plaatsvervanger inhuren. Het gevolg was dat het Belgisch Leger toen bestond uit de onderste lagen van de bevolking: armoezaaiers die zich geen vervanger konden veroorloven en dompelaars die weliswaar een hoog nummer getrokken hadden, maar zichzelf voor een geringe geldsom verhuurden. In 1909 werden de loting en de vervanging afgeschaft en kwam de algemene dienstplicht van één soldaat per huisgezin in voege.
De laatste loting vond in Lichtervelde plaats op 3 februari 1909. Het trommeltje geraakte daarna in onbruik, bleef lange tijd in privé-bezit bewaard en werd uiteindelijk aan de gemeente terugbezorgd. Het is tentoongesteld op de 1ste verdieping van het gemeentehuis, naast het bureel van de burgemeester.
Duitse militairen lieten zich altijd graag fotograferen wanneer zich ze 'in vijandelijk gebied' bevonden. Dergelijke fotokaarten werden dan als geruststellende boodschap naar de heimat gestuurd. Hier poseert een groep van 21 Duitse militairen en één dito verpleegster voor de fotograaf. De achtergrond is de zijgevel van het (in 1974 gesloopte) Rosaliagesticht. Verderop rechts ontwaart men de huizen van de Koolskampstraat. Twee soldaten schragen een bordje met het opschrift: Korps-Genesungsheim Lichtervelde 26. R.-K.
100 jaar geleden, in de vroege zomer van 1915, werd deze foto gemaakt. Het Rosaliagesticht, nieuw gebouwd in 1900-1902, was toen ingericht als hersteloord voor gewonde frontsoldaten. Wie aan het front gewond geraakte, werd eerst in een veldhospitaal opgenomen en verzorgd en kwam daarna voor enkele tijd in een dergelijk hersteloord terecht vooraleer hij weer naar zijn regiment gestuurd werd.
Aangezien Lichtervelde op een relatief veilige afstand achter het front lag, hadden de Duitsers via hun plaatskommandant het Rosaliagesticht opgeëist om als hersteloord fungeren. Hier werden in 1915 en 1916 Duitse gewonden van het 26steReservekorps verzorgd. Tot dat korps behoorden o.m. de regimenten die streden in de Eerste en in de Tweede Slag bij Ieper. Het hersteloord bleef functioneren tot in juni 1916. Al die tijd werden de voeding en de andere voorzieningen voor de herstellende militairen uit de Lichterveldse gemeentekas betaald.